Dag61: The Grampians

Kangaroes in overvloed: Check. Een korte avondwandeling gister naar het nabije grasveld was voldoende. In de andere kamer was nog een gezellige amerikaan en om 22u30 viel er nog een reisgroep binnen die in andere gebouwen sliep. Tot zover de rust J
Vroeg wakker door het gerommel van de reisgroep, maar pas opgestaan nadat ze wegwaren en geprofiteerd van het fruit en eieren die ze achtergelaten hadden. Dan naar het visitor center om wat info te krijgen over de wandelingen hier.... Begint de vrouw van dienst een uitleg over de autorondrit naar allerlei viewpoints... niet wat ik gevraagd had. Uiteindelijk bleek de Wonderland Loop (9,6km – 5u, zeggenze) het best in mijn kraam te passen. Ik vraag dus nog wat door naar info over andere delen van het park (Dit was centraal, er is nog noord en zuid), mevrouw haar antwoord was in de trant van: “Op mijn kaart van het centrale, heb je al 13 wandelingen om je hier een week bezig te houden, waarom zou je elders gaan”. Wel, mijn Wonderland Loop zijn al 4 wandelingen van je 13 en de rest zijn allemaal ongeveer een uur of minder???
Stralend weer, flesje gevuld, lunch mee... op naar deel 1, de venusbaden, 2 poelen in een rivier waarin je wel wat baden kunt (als er meer water is), maar alvast mooie klim ernaar toe. Op naar deel 2, Splitter Falls, mooi vervolg parcours, maar net voor de Falls staat er pijltje mijn aandacht te vragen: “Boroka Lookout 3,5 km”. Even op het kaartje gekeken, een heen en terugweg naar wat precies wel een leuk uitzichtpunt zou moeten zijn.  “Even” afgeslagen langs hinder. Een serieus steile 3,5 km onder een warmende zon... In iets minder dan 2u, stond ik van in het dorp daarboven. Zat ik eigenlijk, op de rand van zo’n verhoogd platormpje bi j de lookout, te glimmen in mijn zweet... Binnen de minuurt kwam chinees dametje op mij afgestormd, (er waren er nog, ik had het lawaai dat ze maakten al gehoord): “We make picture”. Ik kijk haar niet begrijpend aan: “We make picture” en een vegende handbeweging naar mij.... totaal geschokkeerd stond ik zowaar op, zodat ze 1 voor 1 op dat verhoogje konden staan en een foto laten maken, nu stonden ze aan de andere kant van dat verhoogje dan ik zat en schoten ze hun vogeltjes in een andere richting, ik had dus kunnen blijven zitten, terwijl je eigenlijk betere foto’s maakt als je op dat platform staat zodat je beter de omgeving meehebt ipv omhoog foto’s maken van iemand die daar op staat... maar soit, ’t zijn hun foto’s. Ik ben daarna wel paar keer in de weg gestaan aan de balustrade om het van het uitzicht te genieten J
Ondertussen heb ik ook mijn eerste wilde slangen en berggeiten gezien.
Een trage afdaling later was ik dan uiteindelijk aan de Splitter Falls. Een mooi plaatje, ook waarschijnlijk nog mooier als het pas geregend heeft. Flesje hervult met watervalwater. Vandaar dan verder richting de “Grand Canyon”, een traject die zijn naam niet gestolen had, de kleur was niet juist, maar de rotsformaties waren net als bij de echte Grand Canyon. Ondertussen was het snikheet en mijn ommetoertje was aan het doorwegen. Verder dan nog door 2 smalle canyons om dan eindelijk aan de Pinnacle te belanden. Een mooie zichtpunt over de vallei (en de volgende). Beetje gelijkaardig als Boroka, maar toch maar weer genieten. Daarna nog vlug naar beneden en mijn rondje zat er op. 17 km op 5u, niet echt snel, maar het was warm en mooi J

In het dorp mijn flesje nog maar eens gevuld en een pintje erbij gedronken. Alhoewel het al bijna 18u was, besloot ik nog even naar de Mac Kenzie Falls te rijden. Wondermooi naar het schijnt. En iets verder weg van het dorp dan verwacht.  Al was ik op de parking nog even bezighouden door mijn eerste Kookaburra, een uit de kluiten gewassen broer van de ijsvogel. De watervallen maakten hun reputatie waar. Zeer mooi en breed, en met regenboog J
Daarna nog een korte stop op Reid’s Lookout, wederom kwijlen en dan een ontgoocheling bij de balconies iets verder, ’t was “gewoon” meer van het zelfde, maar daarvoor moet je dan wel 2km extra wandelen.

In het hostel is er ondertussen een Duitse invasie, maar goed dat ik morgen vertrek ;)

(foto's volgen later eens, lukt nu niet)

Dag60: Great Ocean Road to Halls Gap

De dag dus begonnen met een tiental kilometer terug te rijden en de “Loch & Gorge” te bezoeken (en de bijhorende rest). Vooral de kloof maakte indruk. Er volgden nog meer rotsformaties als de London Bridge (waarvan de helft is verdwenen/ingestort) en het mooie Bay of Islands. Daarna was het wat landinwaarts verder rijden tot het einde van de GOR in Warrambool alvorens het steven te wenden naar de Grampians. Een ritje van anderhalf uur door de velden.  Na enige tijd, een redelijk eenzaam ritje, geen tegenliggers, geen voor, noch achterliggers.  Ook in het hostel ben ik in elk geval alleen op de kamer volgens de instructie-sms van de eigenares, ander volk heb ik ook nog niet gezien. Ondertussen vliegen tientallen King Parrots & Rosellas hier rond in de buurt. Er zouden ook genoeg kangaroes moeten zijn, maar die moet ik nog tegenkomen.














Dag59: Great Ocean Road to Port Campbell

Nog eens meer dan 9u geslapen. Lang geleden dat dat me voorgevallen is, ’t moet nodig geweest zijn J.  Al zal het feit dat mijn roommates in Hobart om 6u45 al de kamer uit waren en voordien lustig aan het rommelen waren er ook wel voor iets tussenzitten zeker?
De lady of the house vertelde me gisteravond dat de grootste kerstboom van het zuidelijke halfrond aan de dijk van Geelong stond en dat er een licht & projectieshow was die iedere avond tot 23u liep. Daar had ik toen eigenlijk geen zin, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt (ook wel naar het stadje) en ik er dus heen. Naast de pier lag een drijvend ponton met  een kegel op met kerstversiering en een ster erop. Oké, het was hoog en groot. Maar onder de grootste kerstboom van het halfrond versta ik een echte boom.

Daarna was het de gps richting Angelsea zetten en bollen maar (Torquay was not done wegens de vele wegenwerken).  De zon straalde, de thermometer in de auto zei “35 outside”, maar 25 zal wel dichter bij de waarheid geweest zijn.  Angelsea waren een paar mooie huizen rond een inhammetje en een fantastisch mooi strand tegen een achtergrond van rood/gele kliffen. Veel surflessen ook precies. Vanaf daar was het dan de B100 volgen langsheen de kust, met hier en daar een foto- of wandelingetje-stop. Aireys Inlet met vuurtoren was ook zeer mooi.  In Kennet river krioelde het van de “King Parrots”, “Rosellas” en koalas!

In Apollo Bay twijfelde ik om daar te blijven of om door te rijden... ik besloot om door te rijden, maar had beter eens naar het uur en de kilometers gekeken tot aan Port Campbell.... ik had voor mezelf wat uitgemaakt dat ik in de buurt van de 12 Apostels wou overnachten. Ik wou nog één grote stop doen voor die rotsen en dat was Cape Otway Lightstation. Een vuurtoren aan de rand van een National Park en het begin van de “Shipwreck Coast”.  Onderweg naar een paar stops voor beestjes onderweg en ik was daar om 16u45 terwijl het laatste bezoek om 16u30 binnen mocht (sluiting om 17u). Dan nog maar rap het wandelingetje tot de “Cape Otway Lightstation Lookout”, van waar je warempel tussen 2 struiken door de vuurtoren kon zien. Ongeveer enkel dat.
Terug in de auto was het nog even slikken toen bleek dat het nog een kleine 2u rijden was tot Port Campbell. De weg slingerde nogal doorheen het Nationale Park en langsheen de kust. Ondertussen was de blauwe hemel ook vervangen door grijze wolken. Soit, mijn bolide bolde goed. Een stop aan de “Gibson Stairs”, de “Twelve Apostles” met zijn verschillende viewpunten. Prachtige in zee staande rotsen in die rood/gele kleur, net uit de kust, helaas niet in een azuurblauwe zee wegens het gebrek aan zon. De “Loch & Gorge” sloeg ik over tot morgen.  Even later was ik in het rustige dorpje Port Campbell bij de gelijknamige hostel-brouwerij. Lekkere IPA  trouwens.















Dag58: Hobart & Road to Geelong

Laatste dag in Tasmanië,  het plan om het kunstenmuseum MONA te bezoeken, wordt al vakkundig de grond ingeboord door de sluitingsdag van die tent.  Eerst  dan maar wat nuttige zaken doen:  de scan van mijn belgisch rijbewijs laten uitprinten, bij de politie aangifte gaan doen van het verlies van het origineel, in de hoop dat bij mijn volgende huurauto ze welwillend zijn en me niet weigeren wegens enkel het internationale rijbewijs (zie eerder).  Bij de politie hebben ze trouwens het origineel van mijn aangifte vakkundig geklasseerd bij het recyclagepapier, terwijl ik nog aan het loket stond.. ik mocht wel een kopie hebben...

Dan op zoek naar een outdoorkleren winkel op zoek achter een paar afritsbroeken. Mijn oude exemplaren die ik heb meegenomen zijn toch aan vervanging toe.

Verder lijkt Hobart me wel een gezellige stad, wel één waar de bezienswaardigheden rond de stad liggen. Als je iemand wat vraagt kom je er met wat geluk vanaf met een halfuurtje rijden.  In een park heb ik nog wat zitten lezen in het zonnetje, dan toch maar met de auto Mount Wellington opgereden waar je prachtzicht op de baai (360° eigenlijk) hebt.  Daarna was het tijd om naar de luchthaven te rijden, auto  af te geven, op het vliegtuig te stappen, me naar Melbourne laten vliegen, daar uit te stappen, de autoverhuurmaatschappij te bellen.... en .... een ventje komt mij ophalen, voert me naar een hotelletje in de buurt waar de receptionist mijn naam vraagt, kijkt of het rijbewijsnummer die ik op de site heb doorgegeven overeenkomt met die internationale  pas die ik in zijn handen geduwd hebt en “oké, hier is de sleutel, de auto staat ergens op de parking rond het hotel”... en ikke weg.  Auto in en de autostrade op met de laagzittende ondergaande zon in mijn ogen een uurjte bollen tot in Geelong waar ik B&B gewijs de nacht zal doorbrengen.


Morgen geven ze 38° .... als ik niet smelt, tot dan, of later.


Dag57: Mount Field National Park

Mount Field National Park is vooral gekend voor zijn Russel Falls, een zeer mooie waterval . Kortbij ligt nog de Horsehoe Falls, waarschijnlijk mooier bij volle regenseizoen en een eind voorbij de Tall Tree Walk (met hoge bomen!) ligt dan nog Lady Barron Falls, die lijken wat op Russel, maar minder mooi. Bij deze had ik dan de Three Falls circuit er op zitten.

Dan dieper het park in naar het Lake Dobson carpark om daar de Tarn Shelf Track aan te vatten. Het was een beetje zoeken wat de track zelf staat niet aangegeven, wel allerlei verschillen de onderdelen. Je moet dus beginnen met de Urquart Track, dan de weg volgen, dan de Snow Gum Track (initeel allemaal aangegeven als “alpine tracks”.. maar goed op het kaartje kijken en dan lukt het wel. Ongeveer....   De eerste helft tot Lake Webster ongeveer is zeer rotsachtig en je moet hier en daar goed kijken waar het pad loopt en waar je je voeten zet. Dus niet enkel rondkijken en genieten van de bergmeertjes (=Tarns) en de bomen (Snow Gum trees, Alpine Eucaliptus, en wat weet ik nog allemaal) en struiken. Vanaf het lager gedeelte loop je meer langs een  bospad en kan je al eens een stap op 10 zetten zonder gevaar.
Een leuke wandeling zonder meer.

Daarna was het nog een uurtje naar Hobart rijden. Morgen wat verkennen en  terugvliegen.





Dag56: Road to Mount Field National Park

Terug wat nattigheid aan het venster bij het wakker worden en bij het slingerend doorkruisen van de bergketen(s) van het Craddle Mountain/Lake St Clair NP. Aan de andere kant wachtte geluk de zon.
Bij Lake St Clair even het visitorcenter binnen om bij de ranger te horen wat de leuke wandelingen zijn... Aangezien het al 11u was (bijna 2u rijden verder dus), zou het niet mogelijk zijn om een dagwandeling te doen, vond hij. Hij raadde wel Mt Rufus track aan, maar dan halverwege oversteken naar de andere kant en zo terug.... Tuurlijk.  Mt Rufus Circuit was 18 km aangegeven (en 7u), dus moet het al zwaar fout lopen als ik geen 3 gemiddeld zou halen....

Het padje was, anders dan bijna alle voorgaande wandelingen, gewoon een 1 persoon rotsachtig slingerpadje tussen bomen en struiken door. Mt Rufus track steeg maar zeer langzaam, maar wel door een mooi open bos en struiken, afgewerkt met wat blauwe lucht en hier en daar een serieuse modderpoel. Vanaf de afslag naar Shadow Lake Track, die ik dus niet nam, begon het pas echt te stijgen, even toch. Die 700 meter stijging waren er uiteindelijk in 3 zware stukken, tussendoor bleef het gelijkmatig stijgen. Ondertussen kwamen ook de talrijke meren van dit NP mooi in zicht. ’t Was genieten. Uiteindelijk deed ik de 8km naar de top in 2,5u.  Wind dat er stond. Gelukkig ook een torentje om de top aan te geven, waarachter het goed schuilen was.

De afdaling was dus serieus wat langer en compleet anders. Eerst als berggeiten over rotsen, dan door verschillende soorten bos en struiken. Hier en daar was het paadje niet echt duidelijk en soms moest je de struiken aan de kant duwen/stappen.  Andere delen waren dan een soort plateaus, weeral met kleurrijke struiken en plassen. Het laatste stuk was dan helemaal door 3 soorten bomen. Aan het eind dan een ommetje naar Platypus Bay om de vogelbekdieren te zien, maar die waren helaas elders aan het spelen en het allerlaatste stuk langs het strandje van het meer in de hoop toch nog een van die beestjes te zien. Uiteindelijk 21,5 km in 5,5u gedaan, maar vooral genoten.


Dan moest ik nog zien waar ik ging overnachten.... via booking en “in de buurt” uiteindelijk iets betaalbaars gevonden op 1,5u rijden, bij Mount Field National Park, eentje die op mijn “misschien”-lijstje voor morgen stond, bij deze dus: zeker.












Dag55: Road to Queenstown

Helaas, het mocht niet zijn. Na 2 dagen van deftig weer, staan de hemelsluizen weer open en waait de wind... ik rij nog tot aan het vertrek punt van de klim, maar vliegende regen en de andere kant van Dove Lake, waar Craddle Mountain ligt, is niet te zien. In de late namiddag zou het opklaren volgens het weerbericht... maar ja.... Dan maar verder rijden. De weg slingert tussen de heuvels met amper rechte stukken, met het dalen wordt het wel wat warmer.  Uiteindelijk beland ik de vroege namiddag in de buurt van Strahan. Daar ligt een groot duinengebied (Henfy Dunes) waarin, op de sporen en geluid afgaand, met quads en soortelijke dingen rondgecrossed wordt. Ik loop een klein rondje en verschiet eigenlijk van hoeveel groene bomen en struiken er eigenlijk nog zijn. Ik had het kaler verwacht. Het dorpje zelf ligt aan een riviermonding. Er staan een paar schattige huizen en de zon breekt door. Maar op 10 minuten heb je ook alles gezien. Dan maar verder naar mijn eindpunt: Queenstown. Het lijkt op niks opQT in NZ.... een ietwat vergane glorie bij een kopermijn. Wat rood tussen al het groen, maar op zat1erdag is er in elk geval niks meer open en geen kat op straat. Mijn Empire  hotel blinkt uit met zijn 100-jaar oude, glorieuze trap naar de eerste verdieping, oude kamers, maar vernieuwde badkamers..



Dag54: Road to Craddle Mountain

Raar hostel in Launceston, lovende reviews, maar een redelijk afstandelijk publiek. Soit, eten, slapen en weer weg. Eerst naar de Cataract Gorge in Launceston zelf. Een kloof met zwembassins, watervalletje enzo... ik volg met de auto de pijlen de berg op tot aan een stoeltjeslift, die ik netjes negeer en begin meteen aan de “zigzag-track” die van de parking de heuvel op gaat naar een uitkijkpunt en dan ... richting centrum gaat... brugje over en aan de andere kant van de rivier terug naar de gorge J  Die andere kant is wel een vlak pad. Ik kom redelijk wat inboorlingen tegen voor wie dit rondje de dagelijkse gymnastiek is.  Tenslotten nog een brug met mooi zicht op de kloof over en de cirkel is rond. Ik besluit nog naar het Sentinel Point te gaan langs het “rough & steep path” voor “hikers only”. Het pad is dus identiek aan de rest ginder en de hellingsgraad is minder dan die van de parking naar de stoeltjeslift.... Wel een mooi pad doorheen de kloof langs het snelstromende water.

Daarna terug de auto in voor een rit van meer dan 2u naar Craddle Mountain NP. Inchecken in het vakantiepark daar en mezelf verzekeren van het onderste stapelbed in het bunkhouse, lunch eten en via het visitor center het busje op het park in. Ik stap uit aan het Ranger Station om vandaar uit naar de Marion Lookout te gaan en af te dalen naar Dove Lake. Ik kom hier en daar een wombat en echidna tegen wat me nogal afleidt en bezig houdt J ik kom later dan voorzien aan Dove Lake, en laat dat  rondje maar voor wat het is. Ik zal het morgen wel van dichterbij zijn bij de klim naar Craddle Mountain.  Terug het busje op richting ingang, maar niet helemaal, ik besluit nog rap een pad te volgen naar 2 watervalletjes. Niet slecht, ook niet super.

Uiteindelijk blijk ik een kamer alleen te hebben in het bunkhouse,  net als de andere gasten (2+1). Een leuke regeling!

Bij het schemeren nog even naar buiten en naast de wombat & wallaby, zijn er vooral pandemelons op stap, een kleine kangaroe-achtige met korte voorpootjes.